Goed omgaan met jezelf en anderen.
Goed omgaan met jezelf en anderen.

Sociale vaardigheden

Simpel gezegd betekend “sociaal” omgaan met jezelf en anderen. “Vaardigheden” zijn dingen die je kunt of moet kunnen. Heb je dus voldoende sociale vaardigheden dan kan je op een goede manier met jezelf en andere omgaan. Voorbeelden van sociale vaardigheden zijn: nee durven zeggen, opkomen voor jezelf, iets durven vragen, contact kunnen leggen, omgaan met je gevoelens, omgaan met kritiek enzovoort.

Omgaan met anderen klinkt heel simpel maar je moet er wel een hoop voor leren. Als je als kind bijvoorbeeld met andere kinderen wil spelen moet je bijvoorbeeld wel durven vragen of je mee mag doen, je moet je aan de spelregels kunnen houden, je moet op je beurt kunnen wachten, tegen je verlies kunnen en durven zeggen dat je iets niet wilt of niet leuk vindt.

Lees meer

Door het vergroten van de sociale vaardigheden van uw kind kan hij/zij beter omgaan met zichzelf, anderen en (sociale) situaties waarin hij/zij terecht komt. Hierdoor zal uw kind een positiever gevoel over zichzelf hebben en wordt het zelfvertrouwen vergroot. Het maakt het leven van uw kind makkelijker omdat je overal mensen tegenkomt en hij/zij sociale vaardigheden zal moeten gebruiken.

Om uw kind te helpen bij het vergroten van zijn/haar sociale vaardigheden is het belangrijk dat u hem positieve aandacht geeft voor goed gedrag (een compliment, aai over de bol, een glimlach, een knipoog enzovoort). Dit zorgt ervoor dat het kind sneller het goede gedrag zal herhalen. Wil u meer lezen over het geven van positieve aandacht, zie hoofdstuk positieve aandacht. Als hulpmiddel kunt u gebruik maken van het beloningsschema op de volgende bladzijdes.

Soms lukt het kinderen even niet om zich sociaal te gedragen. Vooral kinderen in de leeftijd van 4 tot 7 jaar, kunnen zich nog erg laten leiden door hun gevoelens. Bespreek dan met uw kind welk gedrag u niet goed vindt en waarom u het niet goed vindt (bijvoorbeeld “Ik begrijp dat je boos bent maar met slaan en bijten doe je de ander pijn”). Hierbij is het belangrijk dat u het gevoel benoemt en het gedrag afkeurt. Niet uw kind als persoon (Niet “jij ben stout” maar “je doet stout”). Keur het foute gedrag altijd af. Als u het de ene keer wel goed vindt en de andere keer niet raken kinderen in de war en zullen zij u ook minder serieus nemen.

Zoals eerder is gezegd leren kinderen sociale vaardigheden aan door om te gaan met anderen. Er moet worden geoefend en dit gebeurt met vallen en opstaan. Hiervoor is het belangrijk dat u als ouder uw kind hier de kans en de ruimte voor geeft. Laat uw kind bijvoorbeeld buitenspelen met kinderen uit de buurt, laat uw kind vriendjes/vriendinnetjes thuis uitnodigen of laat het bij andere thuis spelen. Hierdoor wordt uw kind ook zelfstandiger wat weer zorgt voor meer zelfvertrouwen.

Naast het zelf oefenen, leren kinderen ook erg veel van voorbeeldgedrag. Kinderen nemen makkelijk uw manier van omgaan met mensen over. Let daarom op uw eigen gedrag: Hoe lost u een ruzie op? Geeft u wel eens een complimentje? Bedankt u iemand wel eens als hij/zij u heeft geholpen? Praat iedere dag met uw kind over de gebeurtenissen van die dag (thuis, op school, buitenspelen enzovoort.)en bespreek het gedrag en de gevoelens die het daar bij had. Hierdoor leert het kind om over zijn gedrag en gevoelens te praten. Daarnaast kan u op zulke momenten gebruik maken van de situatie om uw kind een compliment te geven voor zijn handelen of uitleg te geven over hoe hij/zij het de volgende keer anders kan aanpakken. Hierdoor leert uw kind wat de juiste manieren zijn om te handelen en hoe hij met zijn gevoelens om moet gaan.

  • Laat uw kind zoveel mogelijk zelf doen en ervaren. Denk bijvoorbeeld aan het oplossen van ruzies met een vriendje, niet mee mogen spelen, vragen stellen aan de juf/meester enzovoort. U kan uw kind wel helpen door eerst met hem erover te praten en een oplossing te bedenken die het zelf uitvoert.
  • Laat uw kinderen meehelpen in huis. Geef hun kleine taakjes, die horen bij de leeftijd. Bijvoorbeeld je eigen speelgoed opruimen, tafel dekken, plantjes water geven, de kat eten geven enzovoort.

Leer uw kind dat andere ook gevoelens hebben. Bespreek regelmatig wat hun gedrag doet met andere en hoe zij dat zelf zouden vinden. Bijvoorbeeld “hoe zou jij het vinden als je niet mee mocht doen met tikkertje?”.

Met de beloningskaart kun je je kind belonen als hij of zij op een goede manier met zijn emoties is omgegaan. Dit doe je door bijvoorbeeld een sticker of een stempel te plaatsen in het hokje op de kaart. Als de kaart vol is kan je kind een grotere beloning krijgen, bijvoorbeeld samen een spelletje doen of iets later naar bed. De beloningsdobbelsteen is een leuke oplossing om een beloning te kiezen. Door op de beloningskaart de afspraken te schrijven en deze iedere dag te herhalen wordt je kind telkens herinnert aan het afgesproken gedrag. Op internet kun je ook veel andere beloningskaarten vinden door in de zoekmachine het woord “beloningskaarten” in te typen.

Het 4G-schema staat voor gebeurtenis, gedachten, gevoel en gedrag. Het schema is bedoeld om erachter te komen welke gedachten en gevoelens je kind had bij een bepaalde gebeurtenis en wat het gevolg daarvan was. Dit schema helpt je kind inzicht te krijgen in zijn of haar emoties en zijn of haar reactie op een gebeurtenis.

Het kruisjessysteem is een waarschuwingssysteem. Als je kind zich niet aan een afspraak houdt, krijgt hij of zij drie waarschuwingen. Bij elke waarschuwing die je geeft wordt er een kruisje geplaatst in het hokje. Leg iedere keer aan je kind uit waarom je zijn gedrag niet accepteert en welk gedrag je wel wilt zien. Doe dit op ooghoogte van het kind, praat rustig en duidelijk. Let op hoe je erbij kijkt. Als je lachend tegen je kind zegt “dit mag niet”, zal hij of zij je niet serieus nemen. Vertel ook aan je kind hoeveel waarschuwingen hij of zij nog krijgt. Zeg bijvoorbeeld bij de tweede waarschuwing “nog één waarschuwing en dan krijg je een time-out”. Bij de derde waarschuwing geef je je kind een time-out (op de nadenkstoel).

Sommige sociale situaties kunnen voor kinderen nog erg lastig zijn. Bijvoorbeeld aangeven dat je iets niet wilt doen of hulp vragen aan de meester/juf. Door gebruik te maken van de sociale vaardigheid kaartjes kun je je kind tips geven waarmee hij of zij kan oefenen. Bespreek met je kind hoe hij of zij normaal omgaat met een bepaalde situatie die hij of zij moeilijk vindt en pak vervolgens het kaartje erbij. Bedenk samen met behulp van het kaartje een nieuwe manier van handelen.

Situatiekaartjes kun je inzetten om samen met je kind te praten over op welke momenten zij bepaalde gevoelens hebben. Hiermee help je je kind om na te denken over zijn of haar gevoelens en kun je hem of haar tips geven over hoe er met het gevoel moet worden omgegaan. Verder kan het je als ouder helpen om je kind beter te begrijpen. Vindt je kind het nog lastig om een gevoel te benoemen? Gebruik dan de emotiekaartjes als hulpmiddel (tip! handig om deze dan even uit te knippen). Schrijf een situatie op het situatiekaartje, vraag aan je kind wat voor gevoel hem of haar dat geeft en laat hem of haar een emotiekaartje erbij leggen. Je kunt de situaties die jullie hebben opgeschreven op de situatie kaartjes naspelen via een rollenspel. Een rollenspel is eigenlijk een soort van toneelstukje. Jij en je kind zijn de spelers van het toneelstuk en spelen een situatie na. Hiermee kun jij je kind helpen bij het nadenken over de gevoelens en het gedrag dat hij of zij laat zien. Daarnaast is dit een goede manier om je kind op een veilige manier te laten oefenen met nieuw gedrag. Wat je kind leert van het rollenspel kan hij of zij weer meenemen in nieuwe situaties. Je hoeft natuurlijk niet alleen de situaties te gebruiken die jullie hebben opgeschreven op de situatie kaartjes. Kies voor situaties die je kind nog lastig vindt.

Een complimentje krijgen vindt iedereen leuk! Door gebruik te maken van de complimentendoos kun je niet alleen je kind maar ook de andere leden van het gezin een lief complimentje geven. Daarnaast kun je ook zelf complimenten krijgen. Je kunt bijvoorbeeld iedere avond voor het slapen met zijn allen één compliment uit de doos halen, wat kan zorgen voor een fijne en warme afsluiting van de dag.

Het werkblad probleem oplossen helpt je om samen met je kind na te denken over hoe hij of zij de volgende keer andersop een emotie kan reageren. Dit helpt je kind om te leren hoe hij of zij beter met emoties om kan gaan.

Op het werkblad vriendschap kan je kind opschrijven wat wel goed is voor het maken van vrienden en wat niet. Zo leert je kind hoe hij of zij zich moet gedragen om vrienden te maken en te houden.