Bijvoorbeeld een mooi handschrift.
Bijvoorbeeld een mooi handschrift.

Je kind helpen met kleine bewegingen maken met handen en vingers

Bij het stimuleren van de fijne motoriek van je kind laat jij je kind op veel verschillende manieren oefenen met kleine bewegingen van handen en vingers. Bij deze bewegingen is vaak veel aandacht en concentratie nodig.

Lees meer

Oefenen in dagelijkse situaties betekent dat je niet een extra activiteit met je kind doet, maar in de routine van de dag je kind stimuleert in zijn of haar ontwikkeling. Het dagelijks leven geeft veel kansen hiervoor, denk aan haren kammen, veters strikken en brood smeren. Let erop dat de taken aansluiten bij de leeftijd en de ontwikkeling van je kind.

Waarom is het belangrijk?

Kinderen gebruiken dagelijks voorwerpen (bijvoorbeeld een pen of computermuis) waarbij het hebben van een goede fijne motoriek van belang is. Door je kind steeds meer zelf te laten doen in het dagelijks leven, ontwikkelt je kind de fijne motoriek en wordt hij/zij steeds zelfstandiger. Daarnaast hoef je geen extra activiteit te ondernemen of tijd hiervoor te maken.

Hoe doet school dit?

Op school leren kinderen veel vaardigheden waarvoor zij fijne motoriek nodig hebben, zoals schrijven en rekenen. Daarnaast stimuleert de leerkracht in de kleuterklassen de fijne motoriek door kinderen zelf hun jas aan te laten trekken, hun brood te laten pakken en veters te laten strikken. In groep 3 en 4 laat de leerkracht kinderen dingen opruimen en ordenen. Je kunt altijd een gesprek aanvragen met de leerkracht over hoe hij/zij de fijne motoriek bevordert door kleine opdrachtjes te geven en wat je thuis zou kunnen doen.

Wat kan je thuis doen?

  • Laat je kind helpen bij de dagelijkse activiteiten, zoals de post openmaken of helpen met het opschrijven van de boodschappen.
  • Laat je kind zichzelf steeds meer aankleden en verzorgen; haren kammen, veters strikken, ritsen dichtmaken.
  • Laat je kind helpen in de keuken met tafeldekken, afwassen, flessen open- en dichtdraaien, beker drinken zelf inschenken, brood smeren, groente of fruit schillen of snijden.

Je kunt de fijne motoriek ook spelenderwijs oefenen met je kind, aan de hand van spelletjes en (knutsel)materiaal. Voor je kind voelt dit niet als oefenen maar als spelen!Door op een speelse wijze met je kind te oefenen heeft je kind er meer plezier in en is de kans groter dat hij of zij de oefeningen vaker doet.

Hoe doet school dit?

Op school wordt veel met ‘spelend leren’ gewerkt. Vooral in de kleuterklassen ontwikkelen kinderen hun fijne motoriek door spellen, knutselwerken, kleien en in de zandbak spelen. In groep 3 en 4 is er nog steeds veel aandacht voor knutselen, spellen en andere creatieve werkvormen om de ontwikkeling van de fijne motoriek te stimuleren. Je kunt de leerkracht altijd vragen op welke manieren hij/zij de fijne motoriek stimuleert en nog tips heeft voor bij jou thuis.

Wat kan je thuis doen?

  • Kleuren
  • Kralen rijgen
  • Een tol laten draaien
  • Kleien
  • Mini-steck spelen
  • Koekjes bakken
  • Knippen
  • Gezelschapspelletjes zoals vier op een rij, vlooienspel, Mikado
  • Knikkeren
  • Voelspelletjes: voorwerpen herkennen onder een theedoek
  • Puzzelen
  • Strijkkralen
  • Schaduwfiguren maken met je handen
  • Zelf een spel of werkblad maken

Belonen is het op een positieve manier aandacht geven aan inzet en oefenen. Dit is voor kinderen erg belangrijk, omdat zij heel gevoelig zijn voor positieve aandacht van hun ouders.

Waarom is het belangrijk?

  • Het zorgt ervoor dat uw kind blijft oefenen met de fijne motoriek en zijn/haar best doet.
  • Het zorgt ervoor dat uw kind zich fijn voelt tijdens het oefenen van de fijne motoriek.
  • Het vergroot het zelfvertrouwen.
  • Het zorgt voor een fijne sfeer thuis en voor een goede relatie met je kind.

Hoe doet school dit?

  • De leerkracht geeft kinderen complimenten als zij hun best doen.
  • De leerkracht geeft extra complimenten als hij/zij weet dat een kind fijne motoriek lastig vindt.

Wat kan je thuis doen?

Maak een beloningssysteem voor je kind om te oefenen met de fijne motoriek. Bedenk een passende beloning, waar bijvoorbeeld weer fijne motoriek aan te pas komt (bijvoorbeeld na vijf keer oefenen koekjes bakken). Hiervoor kun je de belonigskaart gebruiken. Op de pagina positieve aandacht kan je meer informatie vinden over wat belonen is en hoe je dit kan doen.

Als het goed is heb je heel veel kunnen lezen over en geoefend met de fijne motoriek van je kind. Het document evalueren fijne motoriek helpt je om na te gaan hoe dit is gegaan en wat wil je nog wilt bereiken. Het is namelijk belangrijk om te blijven oefenen met de fijne motoriek om je deze vaardigheid eigen te maken en te kunnen volhouden in de toekomst.

Wat kan nog meer helpen om het vol te houden?

  • Je contacten vragen om je te helpen herinneren aan de afspraken die jij met jezelf hebt gemaakt.
  • Een herinnering voor jezelf instellen of ergens ophangen.

Heb je nog vragen of wil je hierbij meer hulp?

  • Zoek op internet naar meer informatie.
  • Of zoek naar andere organisaties waar je terecht kunt, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) bij jou in de buurt.

Hulpmiddelen

Met de beloningskaart kun je je kind belonen als hij of zij op een goede manier met zijn emoties is omgegaan. Dit doe je door bijvoorbeeld een sticker of een stempel te plaatsen in het hokje op de kaart. Als de kaart vol is kan je kind een grotere beloning krijgen, bijvoorbeeld samen een spelletje doen of iets later naar bed. De beloningsdobbelsteen is een leuke oplossing om een beloning te kiezen. Door op de beloningskaart de afspraken te schrijven en deze iedere dag te herhalen wordt je kind telkens herinnert aan het afgesproken gedrag. Op internet kun je ook veel andere beloningskaarten vinden door in de zoekmachine het woord “beloningskaarten” in te typen.

Het ontwikkelschema fijn motoriek geeft weer op welke leeftijd een gemiddeld kind welke vaardigheden beheerst. Hiermee kun je beoordelen of jouw kind voor- of achterloopt op het gemiddelde.