Duidelijk en rechtvaardig.
Duidelijk en rechtvaardig.

Duidelijk zijn in wat je kind wel en niet mag

Door duidelijk aan te geven wat je kind wel en niet mag, stel je grenzen. Hier hoort ook bij dat je min of meer op eenzelfde manier reageert wanneer je kind zich aan de regels houdt of de regels overtreedt. Zo weet je kind welk gedrag je wel en niet wilt zien.

Grenzen stellen is belangrijk voor het gedrag van je kind

  • Het geeft je kind zekerheid en houvast omdat hij/zij weet wat hij/zij kan verwachten. Dit zorgt ervoor dat je kind zich veilig voelt.
  • Het vergroot het zelfvertrouwen van je kind.
  • Kinderen weten hierdoor hoe zij zich moeten gedragen en laten meer gewenst gedrag zien.
  • Je kind leert hoe hij/zij moet omgaan met anderen.
  • Je kind leert dat hij/zij rekening moet houden met anderen.
  • Het leert je kind wat goed en minder goed is en/of wat wel en niet mag.
  • Het leert je kind wat de gevolgen zijn van bepaald gedrag.
  • Je kind leert met tegenslagen omgaan.

Grenzen stellen is belangrijk voor de schoolprestaties en het gedrag van je kind in de klas

  • Je kind kan op een veilige manier dingen onderzoeken en ervaren.
  • Je kind accepteert de regels in de klas en kan zich hier ook aan houden. Dit helpt je kind om zich te kunnen richten op wat er van je kind wordt gevraagd bijvoorbeeld op zijn schrijfwerk.
  • Je kind kan omgaan met andere kinderen zoals spelen en samen een opdracht maken.

Grenzen stellen is belangrijk voor jou als opvoeder

  • Het voorkomt discussies.
  • Het versterkt de relatie tussen jou en je kind.
  • Het zorgt voor een fijnere sfeer thuis.
  • Het zorgt voor rust in huis en helpt bij het structuur bieden.

Als je geen grenzen stelt aan je kind kun je dat merken aan het gedrag van je kind

  • Het zorgt er voor dat je kind “lastig” gedrag laat zien zoals: zijn/haar mening doordrukken, niet naar jou luisteren, de discussie aan gaan, ruzie maken met andere kinderen, druk gedrag, veel huilen en snel boos zijn.
  • Het zelfvertrouwen van je kind verminderd omdat jij je kind telkens moet corrigeren. Hierdoor kan je kind het gevoel krijgen dat hij of zij niets goed doet.

Als je geen grenzen stelt aan je kind kun je dat merken aan de schoolprestaties en het gedrag van je kind in de klas

  • Je kind heeft moeite met de regels in de klas en met het luisteren naar de leerkracht. Dit zorgt ervoor dat je kind zich minder goed kan richten op wat er van hem of haar gevraagd wordt.
  • Je kind heeft moeite om met andere kinderen om te gaan.

Van 0 tot 1,5 jaar

Het bieden van een veilige en warme omgeving staat voorop. Dit doe je ook met stellen van grenzen. Wel is het is belangrijk om vanaf deze leeftijd al grenzen te stellen, ook al snapt je kind dit nog niet meteen. Dit kan je bijvoorbeeld doen door:

  • Te zeggen dat iets niet mag: “nee, je mag de kat niet in zijn staart knijpen dat doet zeer”.
  • Een “boos” of “verbaasd” gezicht te trekken.
  • Te vertellen wat voor gedrag jij van je kind wilt zien en dit ook voor te doen.

Van 1,5 tot 3 jaar

Vanaf 1,5 jaar is het belangrijk om te onthouden dat je kind zich alleen aan de regels houdt wanneer je erbij bent. Dit komt doordat je kind de regels nog niet zo goed kan begrijpen zonder jouw aanwezigheid. Leg de regels ook uit aan je kind.

Van 3 tot 6 jaar

Vanaf 3 jaar kunnen kinderen zich ook aan de regels houden als jij er niet bij bent. Dit gebeurt nog wel met vallen en opstaan. Daarnaast houden zij zich tot ongeveer 6 jaar aan jouw regels, omdat je dit van hem/haar verwacht en zij lief gevonden willen worden. Vanaf 6 jaar ontwikkelen kinderen zelf een eigen geweten.

Als je regels of afspraken hebt gemaakt met je kind is het ook belangrijk dat je deze regels of afspraken vasthoudt. Dit wordt ook wel “consequent zijn” genoemd. Dit betekent dat je doet wat je zegt en dat een regel of afspraak die de ene dag geldt de volgende dag ook moet gelden. Hierbij is het belangrijk dat je zo veel mogelijk op dezelfde manier reageert op je kind wanneer hij/zij de regels overtreedt. Dit kan erg lastig zijn, vooral als je kinderen reageren op de regels of afspraken met boosheid en verdriet. Ook als jijzelf moe bent of je veel stress hebt, is dit extra lastig. Het is dan toch belangrijk om te proberen om niet toe te geven. Als je toch toegeeft dan leert je kind dat hij/zij met negatief gedrag zich niet hoeft te houden aan de regels. Je kind zal vaker proberen onder afspraken uit te komen.

Laat regels meegroeien

Het is belangrijk om telkens goed naar jullie regels of afspraken te kijken en deze als het nodig is aan te passen. Met het opgroeien van je kind moeten namelijk ook een aantal regels of afspraken “meegroeien”. Dit helpt je kind om zelfstandig te worden. Daarnaast zijn er ook een aantal regels of afspraken die niet veranderen, zoals hoe je kind met anderen moet omgaan.

Maak niet teveel regels

Te veel regels of afspraken zorgen ervoor dat je de hele dag bezig bent met grenzen stellen. Dit is erg vermoeiend en frustrerend voor jou maar ook voor je kind wat ervoor kan zorgen dat zowel jij als je kind zich steeds minder aan de regels zullen houden.

Waarom is het vasthouden van regels belangrijk?

  • Het geeft je kind duidelijkheid, zekerheid en een veilig gevoel. Dit helpt om het zelfvertrouwen te vergroten.
  • Het voorkomt frustratie bij zowel je kind als bij jezelf.
  • Je leert je kind omgaan met tegenslag.
  • Het ongewenste gedrag zal door het vasthouden van regels verminderen en door herhaling zal je kind leren hoe hij/zij zich wel moet gedragen.
  • Het voorkomt uiteindelijk dat je de hele dag moet zeggen wat wel en niet mag.
  • Hiermee help je je kind bij het zelfstandig worden.
  • Kinderen willen graag de wereld ontdekken, maar kunnen nog niet zelf de gevaren en de gevolgen van gedrag overzien.
  • De sfeer in huis verbetert.
  • De relatie met je kind wordt versterkt.

Hoe doet school dit?

  • Op school gelden er vaste schoolregels waar de kinderen zich aan moeten houden. Als de kinderen zich hier niet aan houden volgen er consequenties.
  • Veel scholen maken de regels samen met de kinderen. Dit zorgt ervoor dat de kinderen zich meer verantwoordelijk gaan voelen om zich aan de regels te houden.
  • Verschillende beloningssystemen worden veel ingezet.

Wat kan ik thuis doen in het stellen van grenzen die passen bij de leeftijd?

Denk bij het maken van regels en afspraken na over de volgende vragen:

  • Help ik mijn kind in zijn/haar ontwikkeling? Is de regel of afspraak wel zinvol?
  • Het doel van een regel of afspraak is dat je kind er iets van leert of hem/haar beschermt tegen gevaar.
  • Wat kan ik al van mijn kind vragen? Is de regel of afspraak wel haalbaar? Bijvoorbeeld: Een baby kan niet alleen speelgoed opruimen maar een kleuter van vier wel.
  • Kan mijn kind de regel of afspraak al begrijpen? En het “waarom” ervan?
  • Als je kind de regel of afspraak begrijpt, dan is het makkelijker om zich hieraan te houden.
  • Passen deze regels en afspraken wel bij het karakter van mijn kind?
  • Het ene kind heeft meer duidelijkheid nodig dan het andere kind.

Een handig hulpmiddel bij het stellen van grenzen is het maken van “gezinsregels”. Hierdoor is het zowel voor jou als voor je kind(eren) duidelijk waar iedereen zich aan moet houden. Gebruik hiervoor de oefening gezinsregels.

Wat kan ik thuis doen in het vasthouden van de regels?

  • Hang de gezinsregels op een goed zichtbare plaats op
  • Herhaal de regels en afspraken dagelijks en wanneer nodig meerdere keren per dag.
  • Oefen met de regels en afspraken. Kinderen hebben ook de tijd nodig om “nieuwe” regels en afspraken aan te leren. Het beloningssysteem kan je hierbij helpen.
  • Geef zelf het goede voorbeeld aan je kinderen.
  • Denk vooruit als ouder en voorkom ongewenst gedrag door de regel te herhalen.
  • Het is belangrijk om je kind te belonen als hij/zij zich aan de afspraken heeft gehouden. Dit zorgt ervoor dat je kind het gewenste gedrag blijft herhalen.
  • Bied je kind andere mogelijkheden. Bijvoorbeeld: “de woonkamer is geen voetbalveld, ga maar buiten op het pleintje voetballen”.
  • Soms kan het gebeuren dat je kind zich toch niet aan de regels en afspraken heeft gehouden. Het is dan belangrijk dat je hierop ook altijd hetzelfde reageert en op dezelfde manier de situatie aanpakt.
  • Als het je kind telkens niet lukt om zich aan de regels en afspraken te houden, is het goed opnieuw na te denken over de regels en afspraken en deze eventueel aan te passen.

In sommige situaties is het goed om het gedrag van je kind te negeren (als zij zeuren, klagen, vieze woorden roepen etc.). Dit betekent dat je het gedrag geen aandacht geeft. Kinderen proberen soms met ongewenst gedrag je aandacht te vragen. Dit wordt ook wel “negatieve aandacht vragen” genoemd. Door je kind aandacht te geven bij negatief gedrag, beloon je hem/haar juist. Hierdoor werkt het negeren beter, omdat hij/zij niet de aandacht krijgt die hij/zij wilt.

Zo kan je dit doen

  • Probeer je kind geen aandacht te geven. Kijk hem/haar niet aan, zeg niets of loop even weg.
  • Hou vol en blijf rustig. Wacht tot het gedrag stopt.
  • Geef je kind weer op een fijne manier aandacht als het gedrag gestopt is.

 Gevaarlijk gedrag of gedrag wat je echt niet goed vindt verbieden

Je kind iets verbieden doe je wanneer je kind iets gevaarlijks doet of als je kind iets doet wat je echt niet goed vindt. Voorkomen is natuurlijk beter dan verbieden. Probeer vooruit te denken als ouder. Hierdoor hoef je niet de hele dag “nee” te zeggen tegen de kinderen.

Zo kan je dit doen

  • Reageer meteen op je kind.
  • Kijk je kind aan.
  • Zeg duidelijk “nee” tegen je kind en leg uit wat je niet goed vindt.
  • Spreek je kind altijd aan op zijn/haar gedrag en niet op je kind als persoon (dus niet: “Wat ben jij vervelend”, maar “Je mag niet schelden dat weet je, stop daarmee”).
  • Houd vol (nee is nee).
  • Vertel aan je kind wat hij/zij wel mag.

Je kind aandacht of een compliment geven zijn eigenlijk de beste manieren om ervoor te zorgen dat je kind zich gewenst gedraagt. Toch kan het voorkomen dat je kind zich niet aan de regels en afspraken houdt. Er zijn verschillende manieren om op dit soort momenten met je kind om te gaan, deze worden verderop uitgelegd.

Waarom is het belangrijk?

Op deze manier weten kinderen wat zij kunnen verwachten als zij zich niet aan de regels en afspraken hebben gehouden. Dit voorkomt ook een hoop frustratie en ruzie met je kind. Het maken van vaste afspraken met je kind over wat er gebeurt als zij zich niet aan de regels hebben gehouden kan hierbij helpen. Bijvoorbeeld: “Ik waarschuw twee keer en als je dan niet luistert moet je even naar de gang”. Als jij en je eventuele partner altijd op dezelfde manier reageren op je kind, dan biedt je je kind veiligheid. Het zorgt ervoor dat je voorspelbaar bent.

Hoe doet school dit?

Op school gelden er ook duidelijke regels en afspraken waar de kinderen zich aan moeten houden. Zo leggen de leerkrachten uit waarom iets niet mag, ze waarschuwen de kinderen als ze regels overtreden en geven soms straf als een kind zich niet aan de regels heeft gehouden. Bijvoorbeeld: het overschrijven van woordjes, niet naar buiten mogen tijdens de pauze, even afkoelen als een kind heel boos is of het goedmaken met een ander kind als hij/zij ruzie heeft gehad. Je kunt de leerkracht vragen welke regels en afspraken er gelden. Deze kan je misschien thuis ook toepassen.

Wat kan je thuis doen?

Er zijn verschillende manieren om te reageren op je kind wanneer hij of zij zich niet aan de afspraken houdt. Zo kan je:

  • Waarschuwen en nog een keer proberen.
  • Ongewenst gedrag negeren.
  • Gevaarlijk gedrag of gedrag wat je echt niet goed vindt verbieden.
  • Je kind apart zetten (time-out).
  • Straf.

Als het goed is heb je heel veel kunnen lezen over en geoefend met grenzen stellen. Het document evalueren grenzen stellen helpt je om na te gaan hoe dit is gegaan en wat wil je nog wilt bereiken. Het is namelijk belangrijk om te blijven oefenen om je deze vaardigheid eigen te maken en te kunnen volhouden in de toekomst.

Wat kan nog meer helpen om het vol te houden?

  • Je contacten vragen om je te helpen herinneren aan de afspraken die jij met jezelf hebt gemaakt.
  • Een herinnering voor jezelf instellen of ergens ophangen.

Heb je nog vragen of wil je hierbij meer hulp?

  • Zoek op internet naar meer informatie.
  • Of zoek naar andere organisaties waar je terecht kunt, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) bij jou in de buurt.

Je kind apart zetten (time-out)

Soms houdt je kind na twee waarschuwingen zich nog steeds niet aan de regels of afspraken. Dan kun je een time-out inzetten; je kind even apart zetten op een veilige en rustige plek, zoals een stoel op de gang. Dit zorgt ervoor dat je kind en jijzelf even tot rust kunnen komen. Daarnaast kan je kind even nadenken over zijn/haar gedrag. De time-out plek is een vaste plek in huis en de duur van een time-out is gelijk aan de leeftijd van je kind. Dus 4 minuten voor een vierjarige en 6 minuten voor een zesjarige.

  • Geef drie duidelijke waarschuwingen. Maak oogcontact met je kind en praat op een rustige toon.
  • Geef aan dat je na de derde waarschuwing een time-out zal inzetten.
  • Zet je kind na de derde waarschuwing apart en leg uit wat je doet en waarom; “ik breng je nu naar de time-out plek, omdat slaan niet mag en ik je al drie waarschuwingen heb gegeven”

Vertel aan je kind als hij/zij op de time-out plek zit

  • Wat er gaat gebeuren
  • Wat je van hem/haar verwacht
  • Herhaal waarom je kind een time-out krijgt
  • Loop weg en geef geen aandacht aan je kind.

Als de time-out is afgelopen, is het goed om

  • Aan je kind te vragen waarom je kind een time-out heeft gekregen.
  • De regels en afspraken te herhalen die jullie hebben gemaakt.
  • Te vertellen wat voor gedrag je wilt zien van je kind.
  • Maak het vervolgens goed met je kind. Het is voor kinderen belangrijk om te weten dat je niet meer “boos” op hen bent.

Als je kind van de time-out plek wegloopt dan kun je hem/haar het beste op een rustige manier terugbrengen naar de time-out plek. Net zo lang tot hij/zij blijft zitten zonder iets te zeggen of slechts een korte opmerking. Een handig hulpmiddel voor het waarschuwen van uw kind en het geven van een time-out is het kruisjessysteem.

Belonen

Belonen is het op een positieve manier aandacht geven aan het gedrag van je kind. Door je kind te belonen laat je merken dat wat je kind heeft gedaan goed is. Dit is voor kinderen erg belangrijk omdat zij heel gevoelig zijn voor aandacht van hun ouders. Het belonen van je kind kan lastig zijn, omdat je vaak sneller ziet wat er fout gaat. Door vermoeidheid en stress kan belonen ook extra energie kosten. Probeer toch iedere dag te kijken wat je kind goed doet en beloon dit. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met de beloningskaart.

Belonen zorgt ervoor dat je kind het gewenste gedrag zal herhalen en dat het makkelijker voor je kind wordt om zich aan de regels of afspraken te houden. Probeer een goede balans te vinden in het belonen:

  • Vaak belonen is goed en zorgt ervoor dat je kind het gewenste gedrag blijft vertonen. Daarnaast wordt hiermee het zelfvertrouwen vergroot.
  • Door overdreven veel (bij ieder klein dingetje) te belonen, kan je kind juist onzeker worden of minder gaan presteren.

Hoe doet school dit?

  • De leerkracht geeft kinderen complimenten als zij hun best doen.
  • De leerkracht geeft extra complimenten als hij/zij weet dat een kind het lastig vindt om zich aan de regels te houden.
  • Je kunt de leerkracht vragen welke beloningen hij/zij inzet en op welke manier. Soms zie je dit ook al in het klaslokaal, als hier een krullenschema of beloningskaarten hangen.

Wat kan je thuis doen?

  • Vertel aan je kind wat hij/zij precies goed heeft gedaan en waarom hij/zij een beloning krijgt. Bijvoorbeeld: “Ik vind het zo goed dat je die moeilijke sommen hebt gemaakt, laten we dan nu samen een spelletje doen!”.
  • Zorg voor een goede balans tussen de beloning en wat je kind goed heeft gedaan.
  • Reageer meteen op goed gedrag, niet pas na een tijdje.
  • Geef je kind een compliment. Bijvoorbeeld: “wat kan je mooi tekenen”.
  • Beloon je kind voor de moeite die hij/zij ergens voor heeft gedaan, ook al is het nog niet helemaal goed gegaan. Bijvoorbeeld: “wat heb je dat knap gedaan” of “goed van je dat je het toch hebt geprobeerd”.
  • Je kunt je kind belonen door te laten merken dat je vertrouwen in je kind hebt. Bijvoorbeeld: “ik weet zeker dat het je gaat lukken!”.
  • Gebruik wat je kind leuk vindt als een beloning. Als je kind bijvoorbeeld graag samen met jou voetbalt dan is dit een goede beloning.
  • Wees voorzichtig met het geven van cadeautjes of andere extra’s zoals langer opblijven. Als je hiermee je kinderen erg vaak beloont werkt de beloning niet meer. Daarnaast zullen kinderen hierdoor zich alleen goed gedragen voor het cadeautje en niet omdat zij weten dat het goed is.
  • Maak een beloningssysteem voor je kind voor het houden aan de afspraken die jullie hebben opgesteld, bijvoorbeeld over het doen van schoolwerk, eten of slapen.
  • Op de pagina positieve aandacht vind je meer informatie over belonen.

Straffen

Een straf is een vervelende maatregel voor je kind als reactie op ongewenst gedrag. Vaak mogen kinderen iets niet meer wat zij normaal wel mogen, zoals tv kijken of buiten spelen. Het is belangrijk zo min mogelijk te straffen. Straffen zorgt ervoor dat kinderen bepaald gedrag niet meer laten zien, omdat zij bang zijn voor de straf en niet omdat zij zelf vinden dat iets niet goed is. Daarnaast kan straffen het zelfvertrouwen van je kind verminderen. Als je je kind vaak straft, wordt je kind hier ongevoelig voor en luistert hij/zij slechter. Het is dus beter gewenst gedrag te belonen en ongewenst gedrag te negeren of hier een time-out op te laten volgen. Dit is voor jezelf ook prettiger en zorgt voor een fijne sfeer thuis. Je straft alleen bij uitzondering.

  • Waarschuw je kind maximaal drie keer voordat je straf geeft. Vertel hierbij ook wat de eventuele straf is.
  • Spreek je kind op een rustige manier aan. Als je echt boos bent, kun je beter even weg lopen en later met je kind in gesprek gaan.
  • Kijk je kind aan als je hem/haar straf geeft en leg duidelijk uit waarom je straf geeft.
  • Zorg ervoor dat de straf altijd in verband staat met de regel die is overtreden. Bijvoorbeeld: je kind voetbalt in de kamer, dan moet de bal in de kast.
  • Zorg voor een balans tussen de zwaarte van de straf en de regel die is overtreden. Bijvoorbeeld: je kind is één keer te laat thuis gekomen van het buitenspelen. Dit betekent morgen eerder thuis komen, maar niet de hele week.
  • Zorg ervoor dat de straf past bij de leeftijd van je kind, dat hij/zij de straf kan begrijpen.
  • Probeer je kind gelijk te straffen nadat hij/zij zich ongewenst heeft gedragen.
  • De straf moet zo snel mogelijk uitgevoerd kunnen worden en moet niet te lang duren.
  • De straf moet gericht zijn op het gedrag en niet op je kind als persoon.
  • Ga na de straf in gesprek met je kind over waarom je de straf hebt gegeven en wat voor gedrag je de volgende keer wilt zien.
  • Maak het weer goed met je kind na de straf. Het is belangrijk voor kinderen om te weten dat het weer goed is.

Hulpmiddelen

Het stellen van grenzen gaat bij iedereen thuis net even anders. Wat de ene ouder goed vindt kan de andere ouder weer niet goed vinden. Dit heeft te maken met wat jij als ouder belangrijk vindt om aan jouw kinderen mee te geven of te leren. Gebruik het oefenblad gezinsregels om jouw regels vast te leggen en ze met je kind(eren) te bespreken.

Het kruisjessysteem is een waarschuwingssysteem. Als je kind zich niet aan een afspraak houdt, krijgt hij of zij drie waarschuwingen. Bij elke waarschuwing die je geeft wordt er een kruisje geplaatst in het hokje. Leg iedere keer aan je kind uit waarom je zijn gedrag niet accepteert en welk gedrag je wel wilt zien. Doe dit op ooghoogte van het kind, praat rustig en duidelijk. Let op hoe je erbij kijkt. Als je lachend tegen je kind zegt “dit mag niet”, zal hij of zij je niet serieus nemen. Vertel ook aan je kind hoeveel waarschuwingen hij of zij nog krijgt. Zeg bijvoorbeeld bij de tweede waarschuwing “nog één waarschuwing en dan krijg je een time-out”. Bij de derde waarschuwing geef je je kind een time-out (op de nadenkstoel).

Met de beloningskaart kun je je kind belonen als hij of zij op een goede manier met zijn emoties is omgegaan. Dit doe je door bijvoorbeeld een sticker of een stempel te plaatsen in het hokje op de kaart. Als de kaart vol is kan je kind een grotere beloning krijgen, bijvoorbeeld samen een spelletje doen of iets later naar bed. De beloningsdobbelsteen is een leuke oplossing om een beloning te kiezen. Door op de beloningskaart de afspraken te schrijven en deze iedere dag te herhalen wordt je kind telkens herinnert aan het afgesproken gedrag. Op internet kun je ook veel andere beloningskaarten vinden door in de zoekmachine het woord “beloningskaarten” in te typen.